Oranje boven
- 27 jun
- 2 minuten om te lezen
‘Blijf jij nog op vanavond?’
Ik knik. Tuurlijk blijf ik op, of ik sta ervoor op. Die wedstrijd wil ik natuurlijk wel zien. Er hangt nogal wat vanaf. En het gevoel is goed.
‘Ik ook,’ zegt mijn zus. Ze knikt er nadrukkelijk bij. ‘Dit wil ik echt niet missen. Zo vaak komt dit niet voor, toch?’
Nu knik ik, maar eerder verbaasd. Mijn zus, die niets heeft met voetbal, gaat zelfs kijken. Het moet niet gekker worden met die Oranjegekte.
‘De buurman heeft gevraagd of ik bij hem kom kijken. Wel zo gezellig. Glaasje wijn erbij, stukje kaas. Ik verheug me erop.’ Ze kijkt door het raam naar buiten en zwaait glimlachend naar de buurman, die de heg tussen hun tuinen aan het snoeien is. Ik grinnik stilletjes. Er groeit blijkbaar wat meer dan bloemen en struiken in die tuinen.

‘Sinds wanneer ben jij geïnteresseerd in voetbal?’ vraag ik.
Ze kijkt me vragend aan. ‘Voetbal? Wie heeft het nu over voetbal?’
En alweer ben ik het die verbaasd is.
‘Jijzelf, je vraagt aan mij of ik vanavond ga kijken. Het is trouwens vannacht, hoor. Ze beginnen om één uur!’
Ze begint te lachen. ‘Dacht je dat ik naar dat stomme voetbal ga kijken? Echt niet!’
‘Maar waar ga je dan naar kijken?’
‘Naar de aardbeienmaan natuurlijk,’ zegt ze, alsof dat vanzelfsprekend is.
‘Naar de wat?’
‘De aardbeienmaan. Zo noemen ze de volle maan rond de langste dag. Schijnt heel bijzonder te zijn, zegt de buurman.’
Ik moet stiekem glimlachen. Weer die buurman.
‘Oh en wat is er zo bijzonder aan dan?’
‘Hij staat heel laag in het zuidoosten, daardoor lijkt hij veel groter dan normaal.’ Met armbewegingen beeldt ze het uit.
‘Maar waarom noemen ze hem aardbeienmaan?’ vraag ik toch wel nieuwsgierig.
‘Hij is er rond de tijd dat je aardbeien oogst. En omdat ie knaloranje is.’
‘Knaloranje?’ vraag ik. Ze knikt. ‘Dan ga ik ook maar eens even kijken,’ zeg ik, ‘misschien is het wel een voorteken.’
Nu kijkt mijn zus mij weer verbaasd aan. ‘Een voorteken? Waarvoor?’
Ik zucht: ‘Laat maar.’



Opmerkingen