Erwtensoep
- Ron Jansen
- 3 jan
- 2 minuten om te lezen
‘Komen die nieuwen van de overkant ook?’
Buurman Arend wijst naar een van de rijtjeshuizen aan de overkant van de straat. Sinds kort woont daar een Syrisch gezin. De gemeente heeft het huis aangewezen als woning voor statushouders. En dat ging niet zonder slag of stoot. Er waren nogal wat bezwaren in de straat. Die scheidt onze twee-onder-een-kap koopwoningen van de sociale huur er tegenover. En met name Arend was nogal gekant tegen de bestemming van het pand.
‘Mijn woning is straks zo maar een ton minder waard’ had hij gezegd.
‘Da’s toch mooi?’ had de overbuurman van nummer twintig ad rem geantwoord, ‘dan betaal je ook minder OZB.’
Ik kon zijn grapje wel waarderen. Arend niet.
‘Ja, die komen ook, ze nemen zelfs hun eigen soep mee,’ antwoord ik op zijn vraag of de ‘nieuwen’ ook komen. Arend kijkt me vragend aan. 'Hoezo dat, is snert niet goed genoeg voor ze.'
‘Het zijn moslims en In erwtensoep zit

varkensvlees en dat mogen ze niet eten,’ verduidelijk ik. Arend trekt zijn schouders op en loopt weg. 'Ik dacht dat het alleen voor echte Nederlanders is,' hoor ik hem mompelen.
De traditie om vlak voor oud en nieuw samen erwtensoep te eten is ontstaan om de saamhorigheid in de straat te bevorderen. Kopers en huurders kunnen nogal verschillen en het idee is dat die zo overbrugbaar kunnen zijn. En het moet gezegd worden, het werkt eigenlijk best wel.
‘Wat zit er in de pan?’ vraag ik Salah als hij met volle handen aan komt lopen. Zijn vrouw volgt hem met een schaal vol deegwaren.
‘Syrische linzensoep, heel gezond.’
‘Die wil ik straks wel even proeven,’ zeg ik en hou mijn neus even bij de pan. ‘Mmmm!’
Salah glimlacht. ‘Heeft mijn vrouw gemaakt. Zij is een goede kok.’
‘Maar zeg eens Salah,' zeg ik, terwijl ik naar zijn huis wijs, zie ik daar een kerstboom in jullie huis?’
Salah grinnikt, terwijl hij de pan op de tafel zet. ‘Ja, mijn vrouw wil dat graag!’
‘Ja, maar een kerstboom hoort toch niet bij jouw geloof?’ hou ik hem voor.
‘Maar ook niet bij jouw geloof,’ hij glimlacht even, ‘het is al een heel oud feest, feest van licht dat weer terugkomt en voorspoed zal brengen. Dat heb ik geleerd op inburgeringscursus.’
Ik knik. Hij heeft daar een punt.
‘Mijn vrouw vindt het zo leuk. Ze houdt van glimmende dingen. Bling bling toch? Zij wil ook graag sieraden. Ik zeg tegen haar oké, er komt een kerstboom met veel bling bling. Zij blij, ik blij.’
‘Hoezo ben jij ook blij?’
‘Sieraden zijn veel duurder!’ hij schatert het uit.
Ik klop hem op zijn schouder en lach. ‘Slimmerd!’
‘Ja, op inburgeringscursus zeiden ze: jij wordt al echte Nederlander!’



Opmerkingen